De rook van zojuist uitgedrukte sigaretten kringelt gestaag omhoog, gedragen door de nerveuze, gespannen sfeer, die een kwartier na de sluiting van ruilverkavelingsvergadering nog steeds voelbaar is in de Pancratiuszaal. De felle discussies van eerder op de avond echoën na in lege koffiekopjes om uiteindelijk te verstommen in de smoezelig geworden polderplattegrond en verfrommelde stembriefjes. Afgeleid door het geroezemoes in de aangrenzende bar, veegt de secretaris van de ruilverkavelingscommissie gedachteloos wat gemorste suiker van het tafelkleed. Hij slaakt een zucht, sluit zijn notulenboek met een traag, wat aarzelend gebaar en sloft als laatste naar de deur. Als hij het licht uitdoet, prevelt hij tegen niemand in het bijzonder God zegene de greep!

Zo ongeveer eindigde tussen 1955 en 1963 de meeste vergaderingen over de ruilverkaveling (zie infokader)  in Roelofarendsveen. Dat op 16 november 1955 ruim negentig procent van de kwekers ingestemd had met het reddingsplan voor de lokale tuinbouw, betekende immers nog niet dat ze het eens waren over de invulling ervan. Het kostte tientallen vergaderingen, eindeloos gepuzzel, discussies, hoofdbrekens, slapeloze nachten, 72 bezwaarschriften, maar ook veel wijsheid, tact en uithoudingsvermogen voordat in 1957 gestart kon worden met de eerste werkzaamheden: de aanleg van de Noorderhemweg (de langste weg op palen).

Het kostte tientallen vergaderingen, eindeloos gepuzzel, discussies, hoofdbrekens, slapeloze nachten, 72 bezwaarschriften, maar ook veel wijsheid, tact en uithoudingsvermogen voordat in 1957 gestart kon worden met de eerste werkzaamheden

Maar het project en de onderlinge afhankelijkheid was en bleef groot en het vertrouwen in een goede afloop broos: de meeste kwekers, nuchter van aard, durfden pas te geloven als ze zagen. Een suggestieve vraag, een verkeerd begrepen of doorverteld verhaal of onverwachte tegenslagen bleven ook na 1957 voedingsbodem voor heftige discussies.

De Ruilverkaveling

In de Veense tuinbouw was het al sinds de beurskrach in 1929 armoe troef. Het ruilverkavelingsplan moest de sector, waar heel Roelofarendsveen afhankelijk van was, er weer bovenop helpen. Het ambitieuze plan omvatte het onderling ruilen van gronden, de aanleg van vijf ontsluitingswegen en de uitplaatsing van negen kwekers naar het nieuwe tuinbouwgebied Sota. De kwekers kregen zo letterlijk de ruimte om hun kleine bedrijven, bestaande uit in de polder versnipperd gelegen gronden, te concentreren, te vergroten en rendabel te moderniseren met aansluitingen op de openbare weg (tot dan toe waren de bedrijven alleen per boot bereikbaar), kassen en verwarmingstechnieken. De ruilverkaveling werd in 1963 afgerond.

Twijfels en zorgen bij de kwekers

Een sprekend voorbeeld daarvan was het dempen van de sloten, waarvoor afgegraven grond afkomstig uit de aanleg van de A4 gebruikt werd. Deze kleigrond bleek zwaarder te zijn dan de veengrond en veroorzaakte, eenmaal opgespoten, zoveel druk dat een aantal akkers ruim één meter omhooggetild werden en sommige walkanten en afdammingen flinke schade opliepen. Hoewel verdere calamiteiten uitbleven, hadden de verhalen die de ronde deden in het dorp, hun uitwerking op kwekers niet gemist. De met gezond verstand en veel geduld weggeredeneerde twijfels en zorgen staken opnieuw de kop op: met herwonnen kracht en grootste woorden. Wat hierover letterlijk gezegd werd op de vergaderingen en door wie, is vervlogen in de tijd. Feit is dat de dempingen en de dus ook de ruilverkaveling doorgang vonden: de secretaris zette dat besluit in de notulen naar verluidt kracht bij met de woorden God zegene de greep!

 


Mede mogelijk gemaakt door Kaag en Braassem Promotie en door de Cofinancieringsregeling Rijn- en Veenstreek en de provincie Zuid-Holland.Concept en fotografie: Windkracht-10.nl Erma Rotteveel. Tekstconcept: Annemieke de Man