In de polders van gemeente Kaag en Braassem …

We schrijven het jaar 1881. Groentekweker Toon Wesselman staart mismoedig over zijn Veenakkers. ‘Dik Water’ mompelt hij zachtjes voor zich uit. ‘Welke bloemen zouden in hemelsnaam goed groeien in deze sompige veengrond, of zoals buurman Spruit altijd zegt in Dik Water?’ Hoewel de avond al valt, denkt Toon er niet over om naar huis te gaan, daar is hij veel te onrustig voor. Sinds de productie van groentekwekers in het Westland een enorme vlucht heeft genomen, ziet Toon zijn toch al niet zo hoge inkomen iedere maand achteruit hollen. Er is veel meer aanbod dan vraag en het is zeg maar gerust, armoe troef bij hem thuis.

Toon maakt zich zorgen, hij ziet geen licht meer in de tunnel. Die Westlanders kunnen op hun grote rechte stukken akkers nu eenmaal sneller en meer groenten telen dan Toon die iedere dag minimaal twee uur kwijt is met het heen en weer varen tussen zijn vier kleine teeltakkertjes. Voor een Westlandse kweker is vijf cent voor een groffie genoeg, Toon komt er twee cent te kort aan. Toons besluit staat daarom vast. Hij stapt over op de bloementeelt. Hoewel het voelt als een noodgreep, een grote stap in het ongewisse, weet Toon dat hij niet veel andere opties heeft. God zegene de greep, mompelt hij. Maar welke bloemen zouden nou toch goed gedijen in Dik Water?

De rest is geschiedenis. Anno 2018 wordt in de gemeente Kaag en Braassem 20% van de Nederlandse tulpen geproduceerd. Tulpen gedijen meer dan goed in Dik Water.

Mede mogelijk gemaakt door Kaag en Braassem Promotie en door de Cofinancieringsregeling Rijn- en Veenstreek en de provincie Zuid-Holland. Concept en fotografie: Windkracht-10.nl Erma Rotteveel.  Tekstconcept: Annemieke de Man